Bijna drie decennia lang gaf hij vorm aan wat begon als Leferink Architecten en inmiddels is uitgegroeid tot LEF Architecten. Hij bouwde niet alleen aan projecten, maar ook aan een bureau. Aan een manier van werken. Aan een cultuur waarin betrokkenheid en vakmanschap vanzelfsprekend zijn.
Nu rondt hij zijn actieve rol als architect af. Een moment dat uitnodigt om terug te kijken op een loopbaan die zich laat lezen als een wandeling langs betekenisvolle plekken.
In 1997 nam Hans het bureau over in Denekamp. Wat volgde was een gestage groei, inhoudelijk en organisatorisch. Zijn kracht lag niet in het najagen van iconische statements, maar in het zorgvuldig lezen van context.
“Een gebouw moet niet om aandacht schreeuwen,” zegt hij daarover. “Het moet zich verhouden tot zijn omgeving.”
Die houding is zichtbaar in het Gemeentehuis Dinkelland. De opgave was helder: een openbaar gebouw dat past in de dorpse architectuur. Geen los object, maar een onderdeel van het geheel. Door de schaal, de parcellering en de materialisatie sluit het gebouw aan op het bestaande weefsel. Tegelijkertijd kreeg het een uitgesproken binnenwereld. De centrale hal werd ontworpen als ontmoetingsruimte die meer kan zijn dan een verkeersgebied. Een plek voor samenkomst, voor publieke momenten, voor gebruik dat verder gaat dan de dagelijkse kantoorfunctie.
“Routing en logistiek zijn net zo belangrijk als vorm. Zeker in een gebouw dat door verschillende gebruikers wordt gedeeld.” Die combinatie van ingetogenheid aan de buitenzijde en helderheid in routing is kenmerkend voor zijn werk.
Het Museum Ton Schulten in Ootmarsum vroeg om een andere benadering. Bouwen in beschermd stadsgezicht betekent balanceren tussen terughoudendheid en overtuiging.
“Je moet begrijpen wat er al staat voordat je iets toevoegt,” aldus Hans.
Het museum werd geen historiserende kopie, maar een eigentijds gebouw met een duidelijke structuur. Monumentaal in rust, passend in het stadsgezicht, helder in functie. Een gebouw dat zijn plek inneemt zonder de omgeving te overschreeuwen. Hij omschrijft het zelf als “een jong monument”. Een project waarin respect voor context samengaat met architectonische zelfstandigheid.
Niet elk project draait om zichtbaarheid. Dorper Esch, de revitalisering en uitbreiding van een sportcomplex, draaide om organisatie, samenwerking en doorzettingsvermogen. Een aanbesteding met beperkte middelen, een bestaand gebouw, meerdere functies onder één dak. Zwembad, sporthal en horeca moesten opnieuw worden geordend.
“De kracht zat in het helder maken van wat er al was en daar logisch op voortbouwen.”
Maar minstens zo belangrijk was de lokale betrokkenheid. Samenwerking met ‘noabers’ maakte realisatie mogelijk. Voor Hans onderstreepte het project dat architectuur nooit los staat van gemeenschap.
De brandweerkazerne in Almelo is tevens een goed voorbeeld waarin samenwerking centraal staat. Het ontwerp en de realisatie kwamen tot stand binnen ‘Combinatie Naobers’, een integrale samenwerking tussen Aannemersbedrijf Niehof, Lammerink Installatiegroep en LEF Architecten.
Aan de Brugstraat in Almelo verrees een nieuwe, toekomstgerichte brandweerkazerne die functionele robuustheid koppelt aan een uitgesproken architectonisch gebaar. Slechts één element van het oorspronkelijke gebouw bleef behouden: de karakteristieke brandslangtoren. Alles eromheen werd gesloopt om plaats te maken voor een hoogwaardige, op maat ontworpen kazerne die recht doet aan de veranderende eisen van de brandweerorganisatie én de zichtbare positie op de hoek van het stedelijk weefsel.
De laatste jaren tekende Hans samen met collega’s productiebedrijven zoals Europastry, het bedrijfspand van Carel Lurvink en diverse woningen in de regio. In al die projecten is dezelfde lijn zichtbaar: een heldere structuur, logisch gebruik en een gebouw dat zijn plek begrijpt.
Met projecten als NX Filtration bewoog het bureau zich nadrukkelijk in de wereld van utiliteit en industrie. Bij NX Filtration begon het traject zonder uitgewerkt programma van eisen. Het ontwerp groeide in nauwe dialoog met de opdrachtgever. Een stevig kantoorvolume met daarachter een grootschalige productiehal, georganiseerd rond logistiek en efficiëntie.
“Je moet flexibel blijven in zo’n proces. Samen keuzes maken die zowel technisch als ruimtelijk kloppen.”
“Het mooiste moment is wanneer het gebouwde overeenkomt met wat je ooit presenteerde. Dan weet je dat het proces heeft gewerkt.”
Enkele jaren geleden dwong een hartstilstand Hans tot reflectie. Het bracht een andere blik op tijd, verantwoordelijkheid en toekomst. De overdracht van het bureau werd daarom geen abrupt moment, maar een zorgvuldig proces van ruim drie jaar waarin stap voor stap de leiding werd overgedragen. De naam veranderde naar LEF Architecten. Het team bleef, projecten liepen door, de werkwijze bleef herkenbaar.
“Een bureau moet verder kunnen dan de oprichter,” zegt Hans. “Dat is misschien wel het belangrijkste wat je kunt achterlaten.”
In een videoserie op LinkedIn worden drie projecten uitgelicht die veel zeggen over zijn manier van werken. Het laat zien hoe zijn werk zich ontwikkelde, maar ook hoe consistent zijn uitgangspunten zijn gebleven.
Hans Leferink was jarenlang het gezicht van het bureau. Zichtbaar voor opdrachtgevers, betrokken bij projecten, bepalend voor cultuur en werkwijze. Nu rondt hij zijn actieve rol af. Wat blijft, is geen nostalgie, maar een stevig fundament. Een bureau dat inhoudelijk en organisatorisch op eigen benen staat. Met nieuwe energie en vertrouwde waarden.
Zijn gebouwen blijven zichtbaar in het landschap. En LEF bouwt verder.